De Zes rivieren tocht.

Dag één. Vertrek uit Domburg voor een vaartocht van ongeveer vier uur langs de waterkant van Paramaribo over de Suriname rivier naar het begin van de Commewijne.

Hier hebben we voor de voormalige plantage Frederiksdorp het anker uitgegooid. Frederiksdorp zelf hadden we een aantal weken geleden al bezocht en hebben we dit keer slechts vanaf het water aanschouwd.

Omdat de rivieren in Suriname erg snel stromen moet je voor zo’n tocht het tij mee hebben en dat betekent dan weer dat je soms vroeg weg moet of soms laat. Dit keer viel ons anker tijdens de sunset  en werd het al snel donker want in Suriname kennen ze (bijna) geen schemering. We waren samen met de Rebel op pad, enerzijds puur voor de gezelligheid en anderzijds ook wel voor de veiligheid. De gebieden waar we naar toe gingen zijn niet of nauwelijks bewoond en er is geen internet of telefoondekking dus als er een probleem is dan ben je blij dat je met meer bent. Deze avond beet de Rebel het spits af door bij hun aan boord de maaltijd te verzorgen en gingen we in het donker met de dinghy naar de Rebel. Dag twee. Vaartocht vanaf Frederiksdorp naar de boven Commewijne rivier naar de voormalige plantage Klein Polen, een eiland dat al lang weer door de jungle in bezit is genomen.

Omdat het een klein stukje varen was hadden we die middag ruim de tijd om met de bijboot de Hooikreek te verkennen. Met vier man in onze rubberboot,  ja wij hebben de grootste, gewapend met camera’s en telefoons en vooral extra benzine voor de buitenboordmotor gingen wij vol goede moed op pad.

Al snel werd de kreek smaller en lagen er veel omgevallen bomen over het vaarwater. Dit watertje was duidelijk aan de aandacht van de Surinaamse Rijkswaterstaat ontsnapt. We hadden allemaal goed op gelet bij de documentaires van Bear Grylls dus wij zouden de Pekari (bosvarken) wel even wassen. Na een drie kwartier tobben en takken ontwijken werd het ons te machtig. We hadden geen hakwerktuigen bij ons, en dat was maar goed ook want met onze handigheid waren we vast geëindigd met een lekke bijboot en hadden we tussen de piranha’s en kaaimannen terug moeten zwemmen. De terugtocht was nog iets lastiger. Omdat het water inmiddels gezakt was bleek er nu een boom te liggen waar we op de heenweg overheen waren gevaren maar die nu een onoverkomelijke hindernis vormde. Allemaal uitstappen. De dames even op de boom geparkeerd bij een tak waar ze houvast aan hadden en Kees en ik hebben de bijboot over de boom naar de andere kant gesleurd.

Foto Kees Tops

We waren even in de verleiding maar hebben de dames weer opgepikt en veilig naar de boot gebracht. Terwijl we zo doende waren hebben we ook nog puur toevallig een reuze otter vlak bij ons gezien, een erg zeldzaam en met uitsterven bedreigd dier. Hij was niet erg onder de indruk van ons en ging gewoon zijn weg. Die avond hadden wij de kookbeurt en werd het nog erg gezellig met wijntjes en biertjes. Wel onder een hele grote klamboe want het sterft ’s avonds van de muggen in het bos. Dag drie. Van Klein Polen naar de Perica rivier. Alweer de vierde rivier, zo gaat het snel natuurlijk! Een klein riviertje wat op het eerste gezicht wel heel erg smal leek en waar de Rebel vanwege zijn betere wendbaarheid even op verkenning ging om te zien of het verderop wat breder werd en dat was zo, dus wij naar binnen en ten anker midden in de rivier die hooguit veertig meter breed was.

Bij ankeren is het zo dat je je anker laat zakken en afhankelijk van de waterdiepte een hoeveelheid ankerketting moet uitbrengen. In dit geval moesten we minimaal twintig meter ketting uitbrengen. De lengte van de boot, dertien meter plus twintig meter ketting zou je theoretisch een draaicirkel geven van zesenzestig meter. Heel wat meer dan de veertig meter van de rivier en we waren dan ook erg benieuwd hoe dit bij het keren van het tij zou gaan. Achteraf bleek het makkelijk te gaan en konden we gerust gaan slapen zonder het risico dat we met de kont door het bos zouden draaien. Uiteraard weer een expeditie een stuk de rivier op waarbij we weer veel vogeltjes hebben gespot, en weer een reuzen otter! Ondanks wat National Geografic je wil laten geloven is de Jungle geen dierentuin en moet je erg veel tijd en geduld hebben om iets te zien. Dag vijf een mooie tocht over een zich steeds versmallende Cottica rivier, rivier nummer vijf, afgesloten door een ankerstop bij Mon Bijou. Geen geweldige ankerplek dus slechts kort van boord om de omgeving te verkennen.

De volgende ochtend kwamen we het enige grote schip tegen van onze hele tocht. We waren al voorbereid op zijn komst door de bunkerboot van de Staatsolie die Moengo van brandstof voorziet. Een knaap van honderd vijftien meter lang baande zich een weg van Moengo naar zee door de bush. Knap staaltje stuurwerk. Dag zes, een trip van Mon Bijou naar Mina Moffo / Wanhatti. Weer een vaartocht tussen twee groene muren door waarbij we ‘s avonds geankerd hebben bij een, wat volgens de kaart een indianendorp zou moeten zijn.

De indianen die wij zagen waren wel erg donker en leken meer op bos creolen dan op roodhuiden. Ook kwamen we een vrachtwagen van “Miss Etam” tegen midden in de jungle, waar zouden we zijn zonder vooruitgang.

Toch maar even het dorpje bezoeken dachten wij. Voor de zekerheid hadden we een flesje drank en sigaretten mee genomen als gift aan de Kapitein van het dorp, die je altijd om toestemming schijnt te moeten vragen om het dorp te bezoeken en foto’s te maken. Weer met z’n vieren in de bijboot op naar het dorp.

Angela spotte onderweg een hoop kabaal in het struikgewas aan de overkant van de rivier dat eerst onderzocht moest worden. Aapjes!!! Een grote groep doodshoofdaapjes, sommigen met een kleintje op de rug die een hele tijd op dezelfde plek bleef om die idioten in dat rubberen ding eens goed te bekijken. Prachtig gezicht van maar een paar meter afstand.

Tegen de tijd dat de aapjes weg waren was het weer happy hour en moesten we weer hoognodig aan de maaltijd  gaan denken. Ook omdat je tegen de avond niet in een dorp wilt lopen vanwege de muskieten, de enige beesten van het bos waar je niet stil voor hoeft te zijn of veel geduld voor hoeft te hebben om ze te zien! Helaas voor de kapitein van het dorp geen Gifts, volgende keer beter. Dag zeven, van Mina Moffo naar de Coermotibo rivier, de zesde en laatste rivier. Onderweg weer een grote groep doodshoofdaapjes bij “kamp bospolitie” gezien waar we even voor teruggevaren zijn om ze goed te bekijken. Verder zijn we met prachtige uitzichten maar zonder veel noemenswaardige hoogtepunten aangekomen bij de Coermotibo rivier. Een schitterend riviertje waar we “in the middle of nowhere” voor anker lagen en een rustdagje ingelast hebben. Twee mooie expedities gemaakt naar stille kreekjes waarop we veel foto’s en video materiaal verzameld hebben.

Om een lang verhaal korter te maken sla ik een paar dagen van de terugtocht over. Niet omdat we niks gezien hebben, want we zagen boommarter achtige beestjes, slingerapen, weer doodshoofdaapjes, toucans en grote roofvogels op de diverse ankerplaatsen. Ik ga nu even naar dag elf van deze reis en we zijn dan weer terug op de Commewijne rivier. Niet bij Frederiks dorp maar bij de buren, de voormalige plantage “Johan en Margaretha” dat nu gewoon een klein dorpje is.

Hier stappen we voor het eerst na elf dagen weer aan wal om iets te eten wat we niet zelf hoeven klaar te maken en belangrijker nog om bier in te slaan want gisteravond hebben we de laatste twee biertjes opgedronken, een kwestie van slechte inkoop dus. In dit dorp kun je ook excursies naar het strand van de Atlantische oceaan boeken om de reuzenschildpad haar eieren te zien leggen.

Als je dit via een reisbureautje doet kost dit handen vol geld maar even navraag in het dorpje leverde al snel een telefoonnummer van een bootsman en gids op. Deze bleek bereid om voor € 12,50 per persoon ons ’s avonds met een korjaal (grote kano) met bb-motor door het moeras en de muskieten naar het strand te brengen. Waarom ’s avonds, nou daarom, de schildpadden hebben de onhebbelijke gewoonte om hun eieren in het donker te leggen, het zij zo, je kunt de natuur niet dwingen!

We zijn met gevaar voor lijf en leden en met een bloedgang, door Rohan en zijn korjaal, door kanaaltjes en  een swamp gevaren, onderbroken door een botenlift, junglestyle. Deze lift is een planken glijbaan ingesmeerd met klei waar de bootsman volgas tegenop vaart, op de terugtocht met ons nog in de boot! Als de boot vastloopt stap je uit om het laatste kleine stukje de boot een zetje te geven om aan de andere kant weer in het water te laten glijden om de bloedgang weer in te kunnen zetten.

Op het donkere strand hebben we een tijd staan wachten op de dingen die komen gingen, maar niet kwamen. Gedwongen door een ongelofelijke bui hebben we snel het hazenpad gekozen, met dezelfde bloedgang door de swamp terug. Hoe Rohan in het stikdonker door de wirwar van kanaaltjes de weg nog terug kon vinden was ons een volkomen raadsel, wij hadden er nu nóg rondgedwaald. Zoals eerder beschreven kwamen we via de boten helling weer veilig in het dorp Johan en Margaretha aan. Alles natuurlijk dicht en niks meer te eten ,zo leek het tenminste. De winkelier van de uitspanning waar een paar verstokte dorpelingen nog aan de Parbo biertjes zaten, belde even naar “Eethuisje Sandra” , het was inmiddels half twaalf, en Sandra deed het restaurant weer open en kookte speciaal voor ons een voortreffelijke Nasi kip met saté en al! Zo lief, kom daar in Nederland maar eens om! Twaalfde en laatste dag, van Johanna Margaretha naar Domburg. We lagen op de Commewijne en het was springtij. Dat wil zoveel zeggen dat door de schuld van de Zon en de Maan de hoogste waterstand bereikt wordt, en daarmee ook de hardste stroom op de rivier staat. We waren gelukkig dit keer met de bijboot van de Rebel naar de kant geweest omdat die weliswaar niet de grootste is maar wel de sterkste motor erachter heeft hangen. Hij redde het maar net om tegen de stroom van drie en een halve knoop in te komen. In  Domburg voelt het inmiddels na twee maanden een beetje als thuiskomen en de ontvangst was dan ook weer hartelijk, de natuur is mooi maar je moet er wel iets te drinken bij hebben, volgende keer meer bier en wijn mee!

De dag erna als een haas naar de vreemdelingen politie om onze verblijfsvergunning te laten verlengen. Het bleek geen bezwaar dat we al twee weken te laat waren. Ditmaal hebben we voor het laatst verlengd, we moeten uiterlijk 24 maart het land verlaten hebben. We gaan nu langzaam het vertrek naar Grenada voorbereiden.

Groetjes van Angela en mij en natuurlijk Mi en Mini Dushi die ons weer veilig heen en weer gebracht hebben.

Domburg woensdag zeven maart 2018-03-07

05.42.221N en 055.04.940W

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s